Actueel

Artikel aangeboden voor publicatie
Time Use of stroke patients aangeboden aan tijdschrift

wetenschappelijke artikelen geaccepteerd
Er zijn 2 artikelen geaccepteerd voor publicatie

Wetenschappelijk artikel gepubliceerd
Study protocol CVA mbt het GRAMPS onderzoek in BMC geriatrics

Bezoek de GRAMPS-website!
Geef het door aan alle belangstellenden!

GRAMPS

GRAMPS staat voor Geriatric Rehabilitation in AMPutation and Stroke, vertaald in het Nederlands betekent het geriatrische revalidatie bij patienten met amputatie of een beroerte. Dit lijken twee aparte diagnosen. Toch hebben zij hun oorsprong gemeen. Het betreft in beide gevallen ziekten van de bloedvaten, de slagaders in het bijzonder. Door afzetting van plaques tegen de bloedvaten ontstaan vernauwingen. Tevens kunnen (delen van) deze plaques loslaten en elders een kleiner bloedvat afsluiten, hetgeen vaak bij een beroerte plaatsvindt. Door afsluiting van een bloedvat in de hersenen sterft een deel van de hersenen, dat niet van zuurstof wordt voorzien, snel af. Hierdoor ervaart iemand zwakte of zelfs verlamming van een arm en/of been. Ook andere symptomen kunnen een rol spelen afhankelijk van de plaats waar de afsluiting zich bevindt in de hersenen. Door vernauwingen in de bloedvaten van de benen komt er onvoldoende zuurstofrijk bloed naar de voeten en onderbenen. De patient ervaart klachten van slecht genezende wondjes en vermoeide benen en krampende pijnen na het lopen van een bepaalde afstand. Dat laatste wordt ook wel etalagebenen genoemd. Uiteindelijk kan de doorbloedingsstoornis zo erg worden dat amputatie van (een deel van) het been noodzakelijk is.

Vergrijzing

Met de toenemende vergrijzing (of verzilvering) is de verwachting dat de vraag naar zorg ook toeneemt. Deze vraag zal zelfs meer toenemen dan de groei van de bevolking. Doordat steeds betere technieken worden toegepast om patienten in acute stadia van ziekten te helpen, betekent dat een toename van patienten met restgevolgen van ziekte. Hoe groot deze groep zal zijn is niet te voorspellen. Het Centraal Bureau van de Statistiek heeft een schatting gemaakt van het aantal 65+ers. Deze groep beslaat nu ongeveer 14% van de Nederlandse bevolking en zal stijgen tot ruim 22% in 2030, piekend naar 25% in 2035, om vervolgens weer langzaam af te nemen.

Toekomstige zorg AWBZ?

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vergoedt verschillende soorten zorg. Deze worden opgedeeld in de functies: huishoudelijke verzorging (per 1 januari 2007 geen onderdeel meer van de AWBZ), persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding, behandeling en verblijf. Bij geriatrische revalidatie wordt altijd combinatie met behandeling geindiceerd. De behandeling wordt uitgevoerd door alle behandelaars in een verpleeghuis, oa verpleeghuisarts, fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog, logopedie en maatschappelijk werk. Deze multidisciplinaire behandeling kenmerkt de aanpak in een verpleeghuis.

De toekomst van de AWBZ is onduidelijk. Er worden op dit gebied grote onderzoeken uitgevoerd door het CVZ (college voor zorgverzekeraars). De resultaten zullen we moeten afwachten.

Het onderzoek

Het onderzoek van GRAMPS wordt uitgevoerd op de revalidatieafdelingen in 16 verpleeghuizen in de strook Nederland tussen Zeeland en Nijmegen/ Noord Limburg (zie elders op de site voor deelnemende instellingen). Er zijn 3 meetmomenten.

1e meting, bij opname.
Nadat de patient toestemming heeft gegeven voor deelname aan het onderzoek, zal de eerste meting spoedig na opname plaatsvinden. Deze eerste meting wordt multidisciplinair uitgevoerd en bestaat uit onderzoeken van de verpleeghuisarts, fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog en in sommige gevallen de logopedist. Daarnaast zal verzorgend personeel op de afdeling een aantal vragenlijsten doornemen met de patient en/ of zijn familie. De belangrijkste items zijn de medische toestand, de functionele mogelijkheden, de geestelijke toestand, het voorkomen van probleemgedrag en de aanwezigheid en belastbaarheid van de mantelzorger. Doelstelling van deze eerste meting is om uitgebreid in kaart te brengen wat de kenmerken zijn van de patienten die in verpleeghuizen revalideren na amutatie of beroerte.

2e meting, bij het afsluiten van de revalidatie.
De tweede multidisciplinaire meting vindt plaats op het moment dat de patient met ontslag gaat uit het verpleeghuis of bij overplaatsing naar een andere afdeling omdat ontslag niet haalbaar blijkt te zijn. Uit onderzoek is bekend dat niet alle geriatrische revalidanten naar huis kunnen. Ongeveer 65% wordt ontslagen uit het verpleeghuis binnen 6 maanden, terwijl 35% langer dan 6 maanden in verpleeghuis verblijft. Een klein deel van deze 35% wordt na 6 maanden alsnog ontslagen uit het verpleeghuis. Redenen voor vertraagd ontslag zijn bv aanpassingen in huis die op zich laten wachten. Echter een groter deel van deze 35% kan niet worden ontslagen uit het verpleeghuis in verband met een te grote zorgbehoefte. Doelstelling van de tweede meting is om de resultaten van de revalidatie te inventariseren. Verder willen wij onderzoeken welke factoren uit de eerste meting voorspellende waarde hebben voor het resultaat van de revalidatie. Bekendheid met dergelijke voorspellende factoren maakt het mogelijk om aan patient en familie al kort na opname een verwachting uit te spreken over de kans op ontslag naar huis.

3e meting, 3 maanden na ontslag uit het verpleeghuis.
De derde meting wordt enkel uitgevoerd bij de patienten die met ontslag zijn gegaan. Voor deze meting wordt de patient gevraagd terug te komen naar het verpleeghuis. De patient wordt onderzocht door de fysiotherapeut en een van de onderzoekers (beide verpleeghuisarts) en bij beroerte ook door de ergotherapeut. Deze laatste meting wil vooral in kaart brengen wat de revalidatie de patient uiteindelijk heeft opgeleverd. Gekeken wordt naar de zelfredzaamheid, de deelname aan het sociale leven en de kwaliteit van leven. Ook wordt de belasting voor de eventuele mantelzorger gemeten.

Privacy

Alle gegevens zullen anoniem worden verwerkt. Alleen zal de naam vermeld worden op de meetinstrumentenboekjes. Deze blijven in bezit van de onderzoekers. De gegevens zullen worden ingevoerd in een database in de computer. De meetinstrumentenboekjes zullen vanaf dat moment niet meer worden gebruikt. De gegevens in de database zullen niet kunnen worden teruggevoerd op de persoon.